
"Universal Design gaat verder dan alleen maar specifieke oplossingen bieden voor specifieke doelgroepen. Het beklemtoont een meer inclusieve creatieve benadering. Daarbij staat van bij de aanvang van elk ontwerpproces deze vraag centraal: hoe kan een product, communicatie via klank, woord of beeld, een gebouw of een publieke ruimte, zo esthetisch en functioneel mogelijk zijn voor de grootst mogelijke groep van potentiële gebruikers? Ontwerpen die op dit uitgangspunt gebaseerd zijn, zijn aantrekkelijk, toegankelijk en bruikbaar voor een grote diversiteit van mensen, ook voor personen met tijdelijke of permanente fysieke en/of mentale beperkingen, voor ouders met kleine kinderen, en voor iedere ouder wordende persoon met wijzigende capaciteiten." (Alexander, Jane, 1995)
Universal Design legt de klemtoon op de cruciale rol van 'mensgericht' ontwerpen, als strategie en als middel om een waardevolle relatie te scheppen tussen gebruikers en gebouwde omgevingen, objecten, technologie, informatie, communicatie enzovoort.
Centraal staat daarbij het bewustzijn en de kennis van de verscheidenheid van fysieke en mentale mogelijkheden en beperkingen van eindgebruikers. Een tweede belangrijk vertrekpunt is dat door de mens gemaakte omgevingen en objecten de gebruikers in hun activiteiten en aspiraties kunnen hinderen of juist kunnen steunen of stimuleren.
Ontwerpers en producenten kunnen verantwoordelijk zijn voor 'handicapcreatie', maar zij kunnen evenzeer een belangrijke bijdrage leveren tot 'handicapeliminatie'.
Volgens hedendaagse academische en sociale inzichten zijn menselijke beperkingen en handicaps niet uitsluitend het resultaat van de fysieke en/of mentale karakteristieken van het individu (medisch model). Zij kunnen evenzeer het gevolg zijn van de onaangepastheid van de sociale en fysieke omgeving (sociaal model). (Froyen, 2002)
Handicapsituaties ontstaan dan doordat fysieke en mentale eigenschappen van de individuele mens (leeftijd, fysieke en mentale capaciteiten, ervaring, gezondheid, sociaal-culturele achtergrond enzovoort) botsen met eigenschappen van sociale en fysieke omgevingen (gebruiks- en klantvriendelijkheid, bereikbaarheid, fysieke toegankelijkheid, bruikbaarheid enzovoort). Zowel de strikte persoonskenmerken als de omgevingskenmerken kunnen bijdragen tot gebruiksgemak of tot gebruikshinder. De relatieve kwaliteit fluctueert volgens de conditie van de betrokken persoon, de tijd en de omstandigheden.
Fysieke omgevingen kunnen toegankelijk of ontoegankelijk zijn, gebruiksvriendelijk of niet, ondersteunend of belemmerend. Eeuwenlang al worden sociale instituten en gebouwde omgevingen ontworpen voor een groot aantal gebruikers, maar zelden voor allemaal. Aandacht voor universele mensenrechten, emancipatiebewegingen, ethische overwegingen, maar ook sociale en economische belangen, demografische ontwikkelingen enzovoort zorgen voor een geleidelijke kentering. Binnen die nieuwe, inclusieve maatschappij wordt de (gebouwde) omgeving van het individu gezien als medebepalend voor zijn handelen en voelen. De verschuiving in perceptie van het cruciale fenomeen van 'menselijke handicap' naar 'handicapsituatie' met medeverantwoordelijkheid van omgevingselementen, leidde tot het nieuwe ontwerpparadigma van Universal Design of Design for All.
Wie vroeger een omgeving wou aanpassen aan mensen met een handicap, streefde ernaar fysieke barrières te verwijderen. Universal Design gaat veel verder. Het probeert evenzeer het stigma en de discriminatie helemaal te verwijderen voor alle burgers. Twee onderliggende veronderstellingen schragen dit idee. Eerst en vooral dat alle mensen baat hebben bij verruimde functionaliteit en toegankelijkheid, niet enkel mensen met beperkingen. Ten tweede dat sociale participatie respect vereist en stigma's vermijdt.
'Toegankelijk bouwen' beoogt bruikbaarheid voor een specifieke doelgroep, Universal Design echter beoogt voordelen voor de hele bevolking. Niet alleen toegankelijkheid en bruikbaarheid zijn het doel, er is evenveel aandacht voor esthetiek en een positieve sociale perceptie. Een goed ontworpen lift bijvoorbeeld neemt iedereen mee en laat niemand gestigmatiseerd achter. Een goed ontworpen trap, met leuningen, dient ook een hoogzwangere vrouw in haar waardigheid en elegantie.
Michalko (1999) bespreekt de rol van zijn blindengeleidehond in zijn procesmatig streven naar onafhankelijkheid. Hij beklemtoont nadrukkelijk de dignified independence, als een onafhankelijk en gelijkwaardig handelen en participeren, zonder stigma en zonder verlies van waardigheid.
Terug naar boven